Evaluatie project "Lekker Fris" (gezonde binnenlucht in scholen)

Uit een onderzoek van Test-Aankoop in 2007 bleek dat het niet goed gesteld is met het binnenmilieu in onze scholen. Oorzaak hiervan is volgens Test-Aankoop de slechte staat van de schoolgebouwen en/of onvoldoende verse lucht, te wijten aan een inefficiënt ventilatiesysteem, overbevolking van klassen en verkeerde gewoontes van leerkrachten en directie.

In 47 van de 60 onderzochte lokalen werden CO2-waarden opgemeten die wijzen op luchtvervuiling door onvoldoende ventilatie. Kinderen worden daar moe van en hun aandacht en concentratievermogen vermindert er sterk door. Verder werd ook in meer dan de helft van de klassen de richtwaarde voor formaldehyde overschreden en in meer dan 50 % van de klassen was ook de concentratie schimmelsporen te hoog.

Dergelijke luchtvervuiling binnenshuis kan aan de basis liggen van meerdere gezondheidsproblemen zoals astma, allergieën, hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, irritaties aan de ogen, huid, keel en luchtwegen. In scholen is het extra belangrijk dat het binnenmilieu optimaal is, omdat leerlingen er ongeveer een derde van hun tijd doorbrengen en vooral omdat kinderen veel kwetsbaarder zijn dan volwassenen. Ze ademen sneller en krijgen daardoor meer verontreinigende stoffen binnen.

In het schooljaar 2006-2007 startte de Vlaamse overheid met het project "Lekker Fris", een project om leerkrachten, directies en leerlingen te sensibiliseren en de luchtkwaliteit in de klassen te verbeteren. In 2006-2007 werd het project gestart met 15 proefscholen. Uit een antwoord op een schriftelijke vraag in de vorige legislatuur blijkt dat in het schooljaar 2007-2008 618 scholen deelnamen aan het project (vraag nr. 117 van 6 maart 2008 aan toenmalig minister Vanackere). Dit lijkt op het eerste gezicht een groot succes, maar het betekent ook dat 1881 scholen, of meer dan drie op vier, niet deel-neemt aan een project rond de preventie van één van de meest voor de hand liggende vormen van luchtvervuiling op school. Bovendien wordt in de deelnemende scholen niet altijd in alle klassen deelgenomen.

  1. Heeft de minister er zicht op hoeveel scholen deelnamen/deelnemen in het schooljaar 2008-2009 en het schooljaar 2009-2010 en hoeveel scholen al zijn ingeschreven voor het schooljaar 2010-2011?
  2. Zijn er cijfers beschikbaar over het aantal scholen dat meerdere malen meedeed en het aantal scho-len dat nog nooit deelnam aan het project?
  3. Hoe zit het met de beschikbaarheid van de CO2-meters (in 2007-2008 waren slechts 295 CO2-meters beschikbaar voor de 618 deelnemende scholen)?
  4. Is er een overzicht beschikbaar van acties die scholen ondernemen om de luchtkwaliteit effectief te verbeteren?
  5. Heeft de minister een zicht op de middelen die scholen investeren in het verbeteren van luchtkwaliteit en binnenmilieu?
  6. Zijn er meetresultaten beschikbaar die een verbetering van de luchtkwaliteit en het binnenmilieu aantonen bij deelnemende scholen?
  7. Werd het project m.a.w. reeds geëvalueerd?
  8. Plant de minister een opvolgstudie i.v.m. het binnenmilieu aan scholen, gezien het (kleinschalige) onderzoek van Test-Aankoop in 2007, met toch wel zeer verontrustende resultaten?
  9. Gaat de minister ervan uit dat de wetgeving ontoereikend is en moet worden aangepast zodat een minimum aan luchtkwaliteit moet worden verzekerd? Welke stappen denkt de minister hierin te nemen?

N.B. Deze vraag werd gesteld aan de ministers Vandeurzen (vraag nr. 159) en Smet (nr. 255).

BijlageGrootte
antw255.pdf15.25 KB